luschdig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • lusch·dig

Bijvoeglijk naamwoord

luschdig

  1. geestig, grappig, leuk, lollig
    «Ich hab gheert ass die zwee Kalls arrig luschdig sin.»
    Ik heb gehoord dat de twee jongens erg grappig zijn.
Opmerkingen

Bijwoord

luschdig

  1. geestig, grappig, leuk, lollig
Opmerkingen