lollig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lol·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van lol met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lollig lolliger lolligst
verbogen lollige lolligere lolligste
partitief lolligs lolligers -

Bijvoeglijk naamwoord

lollig

  1. grappig, komisch
    De lollige grappenmaker maakte iedereen aan het lachen.