lollig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lol·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van lol met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lollig lolliger lolligst
verbogen lollige lolligere lolligste
partitief lolligs lolligers -

Bijvoeglijk naamwoord

lollig

  1. grappig, komisch
    • De lollige grappenmaker maakte iedereen aan het lachen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.