loterij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·te·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord loterij loterijen
verkleinwoord loterijtje loterijtjes

Zelfstandig naamwoord

loterij v

  1. een schema waarbij door velen een kleine financiële inzet gedaan wordt, waaruit aan weinigen, door het lot bepaald, een grote som uitgekeerd wordt
    • Hij had de loterij gewonnen en was op slag miljonair. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen