loten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
loten
lootte
geloot
zwak -t volledig

Werkwoord

loten

  1. toeval de uitkomst laten bepalen
    • We moesten loten om te bepalen wie het laatste stuk taart kreeg. 
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

loten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lot
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord loot

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie