gokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gok·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gokken
gokte
gegokt
zwak -t volledig

Werkwoord

gokken

  1. (inergatief) (Jiddisch-Hebreeuws) iets van waarde, veelal geld, inzetten op de mogelijke uitkomst van iets onzekers
    Hij gokt al jaren op de paardenracen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwijzingen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

gokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gok

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl