lollen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lol·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

lollen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lollen
lolde
gelold
zwak -d volledig
  1. grappen maken; plezier maken
    • Al wat er lolligs kan zijn in de folklore of in het plaatselijk dialect wordt er vingerdik opgesmeerd. Zelfs wordt min of meer systematisch van een goede veeg godsdienstzin gebruik gemaakt om stichtelijk te lollen. [3] 
  2. onduidelijk praten
Synoniemen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen