stoof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Leuvense stoof

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stoof stoven
verkleinwoord stoofje stoofjes

Zelfstandig naamwoord

stoof v/m

  1. (huishouden) toestel waarin een vuur brandt om een ruimte te verwarmen
Synoniemen
  1. kachel
Hyponiemen

Zie ook: stoofschotel

Uitdrukkingen en gezegden
  • Als ons kat een koe was dan konden we ze melken achter de stoof
Een volkomen hypothetische veronderstelling.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stoven

stoof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoven
    Ik stoof.
  2. gebiedende wijs van stoven
    Stoof!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoven
    Stoof je?

Werkwoord

vervoeging van
stuiven

stoof

  1. enkelvoud verleden tijd van stuiven
    Ik stoof.
    Jij stoof.
    Hij, zij, het stoof.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl