listig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lis·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen listig listiger listigst
verbogen listige listigere listigste
partitief listigs listigers -

Bijvoeglijk naamwoord

listig

  1. in staat en bereid om iemand te misleiden
    Een listige danser bestal afgelopen nacht een 21-jarige Brusselaar in de Zeelstraat[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Het Nieuwsblad 2 jul 2012