doortrapt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·trapt

Werkwoord

vervoeging van
doortrappen

doortrapt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doortrappen
    ... dat jij doortrapt.
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doortrappen
    ... dat hij doortrapt.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doortrapt doortrapter doortraptst
verbogen doortrapte doortraptere doortraptste
partitief doortrapts doortrapters -

Bijvoeglijk naamwoord

doortrapt

  1. slim maar slecht
    De doortrapte oplichter had een geloofwaardig verhaal verzonnen om mensen geld afhandig te maken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.