levenswijze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·wij·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levenswijze levenswijzen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levenswijze v/m

  1. de manier waarop iemand zijn/haar leven leeft
    • De levenswijze van Noord-Europese mensen verschilt wel wat van die van Zuid-Europese mensen. 

Bijvoeglijk naamwoord

levenswijze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van levenswijs

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie