leefkamer
Uiterlijk
- leef·ka·mer
- samenstelling van leef ww en kamer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leefkamer | leefkamers |
| verkleinwoord | leefkamertje | leefkamertjes |
- (vertrek), (wonen) een kamer die primair is ingericht om in te wonen en bezoek te ontvangen
- De leefkamer was op het noorden gelegen.
- Het woord leefkamer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "leefkamer" herkend door:
| 78 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Vertrek in het Nederlands
- Wonen in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 78 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %