lastigvallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • las·tig·val·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lastigvallen
viel lastig
lastiggevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

lastigvallen

  1. overgankelijk op hinderlijke wijze iemands aandacht opeisen, hinderen, irriteren
    • Hij werd vaak lastiggevallen. 
    • Vormen deze mannen een groep? Is hier dan sprake van overlast door een probleemgroep? Zijn de mannen ruzie aan het maken, meisjes aan het lastigvallen en handelen ze in drugs? Of zijn het gewoon mensen die in de buurt wonen en elkaar gezellig op straat ontmoeten, terwijl ze aan de auto sleutelen, omdat ze nu eenmaal geen geld hebben om hem naar de garage te brengen? [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Rothfusz, Jacqueline Potensia [2016] ISBN 978-90-367-9467-1 pagina 7