landloper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·lo·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landloper landlopers
verkleinwoord landlopertje landlopertjes

Zelfstandig naamwoord

landloper m [2] [3]

  1. zwerver zonder beroep en vaste verblijf- of woonplaats en/of bestaansmiddelen (op het platteland)
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal