landa

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

IJslands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

landa

  1. genitief onbepaald mannelijk enkelvoud van landi

landa

  1. datief onbepaald mannelijk enkelvoud van landi

landa

  1. accusatief onbepaald mannelijk enkelvoud van landi

landa

  1. genitief onbepaald mannelijk meervoud van landi

landa

  1. accusatief onbepaald mannelijk meervoud van landi


Noors

Woordafbreking
  • lan·da
Naar frequentie 33138
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud landa
o enkelvoud landa
meervoud landa
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
landa

Bijvoeglijk naamwoord

landa

  1. geland

Werkwoord

landa

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lande

landa

  1. gebiedende wijs bedrijvende vorm van lande
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

landa

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van land
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • lan·da
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud landa
o enkelvoud landa
meervoud landa
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
landa

Bijvoeglijk naamwoord

landa

  1. geland

Werkwoord

landa

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast lande, zie aldaar

landa

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van landa

landa

  1. gebiedende wijs bedrijvende vorm van landa
Schrijfwijzen

Werkwoord

landa

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lande

landa

  1. gebiedende wijs bedrijvende vorm van lande
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

landa

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van land


Transalpijns-Gallisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Vergelijk met het Welsh llan ("parochie, dorp") en het Ierse lann ("vloer, omheind erf").

Zelfstandig naamwoord

landa v

  1. braakland, ongebruikt terrein
Overerving en ontlening