labo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·bo
enkelvoud meervoud
naamwoord labo labo's
verkleinwoord labootje labootjes

Zelfstandig naamwoord

labo o

  1. (afkorting) laboratorium
Synoniemen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Xhosa

Bezittelijk voornaamwoord

labo

  1. vorm van -bo, verwijzend naar een woord van klasse 14 in bezit van een woord van klasse 5: zijn, haar, ervan

labo

  1. vorm van -bo, verwijzend naar een woord van klasse 2 in bezit van een woord van klasse 5: hun, ervan