kosmologie

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kos·mo·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kosmologie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kosmologie v

  1. (astronomie) de wetenschap die de globale structuur en de evolutie van het heelal bestudeert
     Volgens Riess en zijn collega's, die hun resultaten publiceren in The Astrophysical Journal, is het dan ook denkbaar dat het huidige standaardmodel van de kosmologie toch niet helemaal klopt.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 3 februari 2021 “Archief kosmologie van Astronieuws” (2 juni 2016), Astronieuws
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be