koffiezetapparaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Koffiezetapparaat met kan
Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fie·zet·ap·pa·raat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koffiezetapparaat koffiezetapparaten
verkleinwoord koffiezetapparaatje koffiezetapparaatjes

Zelfstandig naamwoord

koffiezetapparaat o

  1. (huishouden) elektrisch apparaat om koffie mee te zetten en warm te houden
    • Even zaten we stil tegenover elkaar, meneer Hubert en ik. Na een minuut knikte hij naar het koffiezetapparaat. 'Neem een koffie. Op mijn kosten. Breng er voor mij ook eentje mee.' [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen