knol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord knol knollen
verkleinwoord knolletje knolletjes

Zelfstandig naamwoord

knol m

  1. een verdikte wortelstok waarin een plant voedsel opslaat
  2. (groente) koolraap, een eetbare wortel van een plant uit het geslacht Brassica
    • We hebben gisteren een knolletje gegeten. 
  3. een aftands werkpaard
    • En [dit was] niet zomaar een knol, maar Roccinant, het paard van Don Quichot. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl