jade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kostbaar gesteente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord jade -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

jade m en o

  1. (mineralogie) een siersteen bestaande uit jadeïet of nefriet
    • Jade kent veel verschillende kleuren: groen, bruin, zwart of wolkenwit, van zeer licht tot zeer donker. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen