knapper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knap·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord knapper knappers
verkleinwoord knappertje knappertjes

Zelfstandig naamwoord

knapper m [1]

  1. iemand die of iets dat een knappend geluid maakt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

knapper

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van knap

Werkwoord

vervoeging van
knapperen

knapper

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knapperen
    Ik knapper.
  2. gebiedende wijs van knapperen
    Knapper!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knapperen
    Knapper je?
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal


Deens

Woordafbreking
  • knap·per

Zelfstandig naamwoord

knapper, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van knap