klocka

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • klo·cka

Zelfstandig naamwoord

klocka g

  1. klok
  2. horloge
  3. kerkklok
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   klocka     klockan     klockor     klockorna  
genitief   klockas     klockans     klockors     klockornas