klets

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klets

Werkwoord

vervoeging van
kletsen

klets

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kletsen
    • Ik klets. 
  2. gebiedende wijs van kletsen
    • Klets! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kletsen
    • Klets je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.