kijkbuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kijk·buis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kijkbuis kijkbuizen
verkleinwoord kijkbuisje kijkbuisjes

Zelfstandig naamwoord

kijkbuis v

  1. (informeel) televisie
  2. (medisch) flexibele slang via welke in het lichaam kan worden gekeken en geopereerd
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie