keker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ke·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kikkererwt, sisser’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord keker kekers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

keker v / m [3] [4]

  1. (plantkunde) Cicer arietinum op Wikispecies (voeding) kikkererwt
Synoniemen
Anagrammen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen


Indonesisch

Woordafbreking
  • ke·ker
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

keker

  1. (spreektaal) kijker, verrekijker, telescoop, periscoop
Synoniemen