keerzijde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • keer·zij·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord keerzijde keerzijdes
keerzijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

keerzijde v/m

  1. de andere kant van een munt of medaille, meestal de minder goede of mooie kant
    • De keerzijde van de medaille is dat de kampioen geen tijd meer had voor vrouw en kinderen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie