kaptafel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kap·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaptafel kaptafels
verkleinwoord kaptafeltje kaptafeltjes

Zelfstandig naamwoord

kaptafel v/m

  1. een tafel met een spiegel erboven en met laatjes voor toiletbenodigdheden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.