kampvuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kamp·vuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kampvuur kampvuren
verkleinwoord kampvuurtje kampvuurtjes

Zelfstandig naamwoord

kampvuur o [1]

  1. vuur in een kamp waaromheen mensen zich (ter gezelligheid) verzamelen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen