invloed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·vloed
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘inwerking’ voor het eerst aangetroffen in 1282 [1]
  • samenstelling van  in   en  vloed   [2]
Vaste voorzetsels
  • invloed hebben op
enkelvoud meervoud
naamwoord invloed invloeden
verkleinwoord invloedje invloedjes

Zelfstandig naamwoord

invloed m

  1. inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
    • Dit schilderwerk vertoont impressionistische invloeden. 
  2. het vermogen om op anderen in te werken
    • Als hoge ambtenaar heeft hij een grote invloed. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen