invloed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·vloed
Vaste voorzetsels
  • invloed hebben op
enkelvoud meervoud
naamwoord invloed invloeden
verkleinwoord invloedje invloedjes

Zelfstandig naamwoord

invloed m

  1. inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
    • Dit schilderwerk vertoont impressionistische invloeden. 
  2. het vermogen om op anderen in te werken
    • Als hoge ambtenaar heeft hij een grote invloed. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.