interbellumpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·bel·lum·pje

Zelfstandig naamwoord

interbellumpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord interbellum