instantie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·stan·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘rechtsgang’ voor het eerst aangetroffen in 1472 [1]
  • Ontleend aan het Franse instance of het Latijnse instantia (met het achtervoegsel -antie)
enkelvoud meervoud
naamwoord instantie instanties
verkleinwoord instantietje instantietjes

Zelfstandig naamwoord

instantie v

  1. (maatschappij) instelling [1]
    • Dit is een instantie die zich met de ruimtelijke ordening bezighoudt. 
  2. voorkomend geval (m.n. in de vaste combinatie in eerste ~)
    • In eerste instantie werd er daarvan geen gewag gemaakt. 
  3. (informatica) een object van een bepaalde klasse (elke van een reeks acties)
    • We kunnen van een klasse een instantie maken. Deze instantie kunnen we opslaan in een variabele om deze later weer te gebruiken.[2] 
Synoniemen
Hyponiemen

[1]

Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen