insecteneter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·sec·ten·eter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord insecteneter insecteneters
verkleinwoord insectenetertje insectenetertjes

Zelfstandig naamwoord

insecteneter o

  1. (dierkunde) een dier uit de taxonomische orde van de insecteneters uit de klasse van de zoogdieren
    • Deze grote haaregel is een insecteneter. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie