inheemse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·heem·se

Bijvoeglijk naamwoord

inheemse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van inheems

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie



enkelvoud meervoud
naamwoord inheemse inheemsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inheemse v

  1. vrouw die ergens al woont sinds haar geboorte
Synoniemen
Vertalingen