inburgering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·bur·ge·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inburgering inburgeringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

inburgering v

  1. het inburgeren d.w.z. in een nieuwe cultuur integreren
    Kamer wil meer aandacht voor vrijheid van meningsuiting bij inburgering [1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.nu.nl