naturalisatie
Uiterlijk
- na·tu·ra·li·sa·tie
- Naamwoord van handeling van naturaliseren met het achtervoegsel -atie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | naturalisatie | naturalisaties |
| verkleinwoord | - | - |
de naturalisatie v
- het toekennen van het staatsburgerschap aan een vreemdeling
- Hij komt in aanmerking voor naturalisatie.
- Het woord naturalisatie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "naturalisatie" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be