inactiviteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ac·ti·vi·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord inactiviteit
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

inactiviteit v

  1. het niet actief zijn; het niet in beweging zijn
     Zo moet vanaf 1 januari een filterkoffieapparaat met isolatiekan automatisch afslaan na 1 minuut inactiviteit. Koffieautomaten met warmhoudplaatje mogen langer aanblijven, maar ook daar is een maximum van 40 minuten.[1]
     Monfils kwam langszij en in de vijfde set op 2-0. Na maanden inactiviteit door blessures én al meer dan elf uur arbeid in Melbourne was toen ook bij hem het beste er wel af.[2]
     Het verbaast de onderzoekers hoe sociaal geaccepteerd het nog is amper te bewegen. "Inactiviteit wordt gezien als normaal. Dokters schrijven patiënten veel vaker bedrust voor dan dat ze hen aanmoedigen meer te bewegen," schrijven ze.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Hoezo draagt kapper geen hakken?” (30-04-2014), NOS
  2. Bronlink Weblink bron “Simon door na curieus duel” (19-01-2013), NOS
  3. Bronlink Weblink bron “'Niet bewegen net zo gevaarlijk als roken'” (18-07-2012), NOS