illustreren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • il·lus·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met afbeeldingen voorzien, toelichten’ voor het eerst aangetroffen in 1548 [1]
  • afgeleid van het Franse illustrer (verlichten) (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
illustreren
illustreerde
geïllustreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

illustreren overgankelijk

  1. van afbeeldingen voorzien
  2. toelichten met voorbeelden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen