verlichten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lich·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van licht met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verlichten
verlichtte
verlicht
zwak -t volledig

Werkwoord

verlichten

  1. overgankelijk van licht voorzien
    • De lantaarnpaal ernaast verlichtte de auto maar gedeeltelijk. 
  2. overgankelijk minder zwaar maken
    • De afgeworpen ballast verlichtte de ballon voldoende om boven de berg uit te stijgen. 
  3. overgankelijk minder moeilijk maken
    • Het nieuwe gereedschap verlichtte de taak aanzienlijk. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.