ijsbaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee, 2008
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·baan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsbaan ijsbanen
verkleinwoord ijsbaantje ijsbaantjes

Zelfstandig naamwoord

ijsbaan v/m

  1. een ijsoppervlak dat vrij van sneeuw gehouden wordt om op te schaatsen
  2. een stuk land waarop in de winter een ondiepe laag water wordt aangebracht om op te schaatsen wanneer de vorst intreedt, natuurijsbaan
  3. een ijsbaan in een sporthal, kunstijsbaan
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie