hulpkok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

hulpkok bakt steaks
Uitspraak
Woordafbreking
  • hulp·kok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hulpkok hulpkoks
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hulpkok m

  1. (beroep) kok die de chefkok ondersteunt bij zijn werkzaamheden
    • Pikoteo komt van picotear en staat voor het delen van gerechten - en dat is precies wat de mensen van Pikoteo voor ogen hebben. Een paar maanden geleden begonnen de manager en de chef (de laatste was vroeger hulpkok bij de Librije en later chef bij Hugo’s Bar & Kitchen) voor zichzelf in een voormalig bruin café aan de Houtmankade in de Zeeheldenbuurt. Het was zo’n café dat naar rook en verschaald bier stonk en waar alles draaide om de voetbaluitslagen, maar nu is het pand fris en modern. Aan de houten tafels staan vrolijk gekleurde stoelen en het licht valt met bakken naar binnen. Goede sfeer, fijne plek. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Petra Possel 26 februari 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be