horige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van horig met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord horige horigen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

horige v / m

  1. (geschiedenis) (leenstelsel) halfvrije dienstman van een middeleeuws heer
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

horige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van horig

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie