hooivork

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een hooivork met drie tanden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hooi·vork
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hooivork hooivorken
verkleinwoord hooivorkje hooivorkjes

Zelfstandig naamwoord

hooivork v / m

  1. (gereedschap), (landbouw) vorkvormig landbouwwerktuig waarmee bijvoorbeeld hooi wordt opgestoken
    • Met een hooivork werden de bonen bij plukken uit de ruiter gehaald en op het uitgespreide zeil in een hoop neergelegd.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Dorsen, zeeuwseankers.nl