hoogstandje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoog·stand·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord hoogstandje hoogstandjes

Zelfstandig naamwoord

hoogstandje o dim. tant.

  1. een opvallend goede prestatie
    • De violist gaf een hoogstandje van muzikaal kunnen weg. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

hoogstandje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hoogstand

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.