Naar inhoud springen

hoest

Uit WikiWoordenboek
kort hoestje
  • hoest
  • In de betekenis van ‘uitstoting van lucht met keelgeluid’ voor het eerst aangetroffen in 1253 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hoest hoesten
verkleinwoord hoestje hoestjes

dehoestm

  1. (fysiologie) reflexmatige explosieve uitademing
     De hoest wordt vergezeld door het opgeven van slijm.[3]
    • Een hoest ontstaat bij prikkeling van de luchtwegen en reinigt deze van slijm en vreemde voorwerpen. 
vervoeging van
hoesten

hoest

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van hoesten
  2. gebiedende wijs van hoesten
     Dan hoest ze.[4]
     Wat is liefde waard als je haar laat zitten terwijl ze je het hardst nodig heeft? Kent hoest en laat het gaspedaal los, ook al is de weg voor hen leeg.[4]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]