hire

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
hire hires

Zelfstandig naamwoord

hire

  1. nieuw aangenomene, nieuw ingehuurde
    «The compnany announced 60 new hires
    Het bedrijf kondigde aan 60 mensen aangenomen te hebben.
  2. huur
    «It was for hire
    Het was te huur


vervoeging
onbepaalde wijs to  hire 
he/she/it  hires 
verleden tijd  hired 
voltooid
deelwoord
 hired 
onvoltooid
deelwoord
 hiring 
gebiedende wijs  hire 

Werkwoord

hire

  1. huren
    «They hired a car to go to the beach.»
    Ze huurden een auto om naar het strand te rijden.
  2. inhuren, aannemen, in dienst nemen
    «They hired two more workers.»
    Ze namen nog twee medewerkers aan.
Opmerkingen
  • To hire wordt meest bij personen gebruikt zoals tuinlieden, loodgieters, advocaten enz. Bij gebouwen wordt gewoonlijk to rent gebruikt.