hautain

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hau·tain
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hautain hautainer hautainst
verbogen hautaine hautainere hautainste
partitief hautains hautainers -

Bijvoeglijk naamwoord

hautain [2]

  1. te zelfverzekerd
    • Waarom vond ze het zo moeilijk te begrijpen dat hij haar niet meer wilde? Dat hij wel bereid was om haar aanwezigheid te verdragen, maar niet om haar aan te raken? Wat was daar nu eigenlijk zo onwaarschijnlijk aan? Zoveel onverklaarbaar zelfvertrouwen! Zo poreus en zo hautain! Zo goed gekleed en zo slecht gewassen! Hoe bestond het? [3] 
    • ` Wat dacht u? Dat mijn vader, grootvader en overgrootvader hun hele leven alleen maar strijkstokken hebben verzameld? Vier generaties connaisseurs die het beste van het beste bij elkaar hebben gebracht, het mooiste van het mooiste.' Otto klinkt nu wel erg zelfverzekerd, hautain zelfs. U weet heus wel wat er bij een strijkstok hoort, dat hoef ik niet voor u uit te spellen, neem ik aan.' [4]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Brouwers, Marja Havinck 184 ISBN 90-234-2363-1 pagina 143
  4. Winter, Julian Messias 2015 ISBN 978-90-446-2746-6 pagina 246