hakkelaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hak·ke·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hakkelaar hakkelaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hakkelaar m [1]

  1. iemand die moeilijk, haperend, stotterend spreekt
    • Over zijn ontmoeting met Pasternak bijvoorbeeld: 'Een bruine Buster Keaton met lange tanden, onhandig, hakkelaar maar duidelijk bewoond door het genie. Als moslim zou hij een profeet zijn.' [2] 
    • In het stadstuintje van Gideon Rottier, de excentrieke hakkelaar in Tom Lanoyes nieuwe roman Zuivering, strijkt op een dag een haantje neer. De ‘ultieme schoonheid’, noemt hij het dier, ‘op de borst donkerpaars en bij de flanken antracietzwart. Naar de rug en de vleugels toe werden zijn veren okerbruin en bordeauxrood.’ Hij geeft hem te eten, biedt hem de tuin als territorium, en heeft zijn haantje lief. [3] 
  2. bijnaam voor een bekende crimineel
    • Ook Johan V., alias de Hakkelaar, geldt als verdachte in dit onderzoek. V. was in de jaren 90 een berucht drugshandelaar. Vorig jaar schikte justitie met de weduwe van Cor van Hout, Sonja Holleeder (een zus van Willem). [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 07 DECEMBER 2007 OM 00:00 UUR | TOON HORSTEN Russisch blondje
  3. De Standaard 29 SEPTEMBER 2017 Poetsen tot het schoon is
  4. Het Parool 10 APRIL 2014 'Vijfde Heinekenontvoerder' Grifhorst dood