Naar inhoud springen

habitus

Uit WikiWoordenboek
  • ha·bi·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord habitus habitus
verkleinwoord - -

dehabitusm

  1. gewone uiterlijke gedaante, houding of gedrag bij mens, plant en dier
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord habitus
79 %van de Nederlanders;
78 %van de Vlamingen.[4]