grootje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • groot·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord grootje grootjes

Zelfstandig naamwoord

grootje o dim. tant.

  1. (familie) grootmoeder
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

grootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord groot

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.