gonorroe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • go·nor·roe
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Griekse 'gónos' (zaad) met het achtervoegsel -rroe [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gonorroe -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gonorroe v

  1. (medisch) een geslachtziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Neisseria gonorrhea
    Als je denkt dat je gonorroe hebt, moet je direct naar de huisarts voor medicatie.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl