goesting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goes·ting
Woordherkomst en -opbouw
  • Gevormd door toevoeging van het achtervoegsel -ing aan het Vroegnieuwnederlandse goeste "lust, zin, smaak". De reden voor de toevoeging van dit achtervoegsel, dat normaalgezien enkel op werkwoorden wordt gebruikt, aan het zelfstandig naamwoord goeste is ongekend, maar ligt mogelijk in een analogiewerking door gading. Het woord goeste zelf was eerder ontleend aan het Oudfranse goust "smaak" (nieuwfrans goût), dat uiteindelijk teruggaat naar het Latijnse gustus "smaak".[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord goesting goestingen
verkleinwoord goestingske goestingskes

Zelfstandig naamwoord

goesting v

  1. Vlaams voor zin (zoals in zin hebben in), verlangen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen